Het volgende statussymbool: wat verlang je echt?
Er was een periode waarin ik dacht te weten hoe een geslaagd leven eruitzag.
Universiteit gedaan. Goed geld verdienen. Een mooi huis in Amsterdam, met een leuke vent en een visgraatvloer. Een gezond kind. Mooie verre reizen.
Ja, toen had ik het wel gemaakt.
En dan?
Op naar het volgende statussymbool.
Een nieuwe motor. Een VanMoof. Een kampeerbus.
Wat was het volgende wat ik najaagde?
We zijn goed in het bedenken van het volgende middel: een groter huis, een betere baan, meer salaris, een sabbatical, een volgende auto. Voor jezelf beginnen.
En als we het bereiken, zijn we even blij.
Soms heel blij.
Maar daarna wordt het nieuwe vanzelf weer gewoon.
Of zoals mijn Rotterdamse oma zei:“'T hebben van de zaak, is ’t einde van 't vermaak.”
En begint het zoeken opnieuw.
Ik ben het statussymbool daarom anders gaan bekijken.
Het hoeft niet eens iets duurs te zijn.
Een marathon lopen.
Een salaris.
Een afgetraind lichaam.
Ondernemer zijn.
Een sabbatical.
Een avontuurlijk leven.
Allemaal dingen die iets over onszelf kunnen vertellen:
Kijk mij. Ik heb het voor elkaar.
Kijk mij. Ik ben vrij.
Kijk mij. Ik ben succesvol.
Kijk mij. Ik durf.

We verzamelen niet alleen spullen en ervaringen.
We verzamelen bewijs voor het verhaal dat we over onszelf vertellen.
Maar dan komt de interessantere vraag:
Wat verwacht je eigenlijk dat het je brengt?
Wat verlang je echt?
Gaat het om die auto? Of om zelfstandigheid, status, ergens bij horen?
Gaat het om die camper? Of om vrijheid?
Gaat het om die mooie bestemming? Of om ademruimte, ontsnappen aan de drukte, tijd met je lievelingsmens?
Gaat het om die carrièrestap? Of om erkenning, invloed, persoonlijke groei?
Zelden is het middel het hele verhaal.
Daarachter zit vaak een verlangen dat veel minder concreet is.
Rust. Vrijheid. Liefde. Erkenning. Avontuur. Betekenis.
En misschien is dat precies waarom we steeds naar het volgende middel blijven zoeken.
Een middel kun je kopen. Een doel kun je plannen.
Maar hoe koop je vrijheid? Hoe plan je betekenis?
Daarom vind ik de vraag “Wat wil je?” pas echt interessant als je daarna vraagt:
“Waarom wil je dit?”
Heb je je echte verlangen nog voor ogen?
Of ben je zo gefocust geraakt op het middel, omdat dat concreet voelt en houvast geeft?
Want is een statussymbool niet alleen status zolang je het nog niet hebt?
Zodra je het bezit, wordt het gewoon.
En dan begint de zoektocht naar het volgende.
Dus niet: Wat is het volgende dat ik kan bereiken?
Maar: Wat verlang ik eigenlijk echt?
En als ik dat weet: Gaat dat volgende statussymbool me dat geven?





Opmerkingen