De bezwaren (die iedereen heeft) om wel of niet te veranderen
- Chantal

- 1 apr
- 2 minuten om te lezen
Zodra je voelt dat je iets 'anders' wilt (laten we niet gelijk 'veranderen' gebruiken), begint je hoofd meteen redenen te bedenken waarom dat geen goed idee is.
Misschien herken je ze:
Ik heb een kind.
Ik heb een hypotheek.
Ik ben te oud.
Ik ga mijn carrière toch niet zomaar weggooien.
Ik ben gewend aan mijn hoge inkomen.
Ik kan dat niet.
Ik ben niet zo dapper.
Ik ben niet zoals jij/haar/Floortje Dessing.
Mijn familie woont hier.
Ik wil in een groter huis wonen.
En mijn lievelings: Mijn tijd komt nog wel.
Dit zijn geen feiten. Dit zijn beschermingsmechanismen.
Je brein houdt van zekerheid. Van voorspelbaarheid. Van controle. Dus zodra jij iets voelt wat buiten het bekende ligt, gaat je hoofd praten.
Om je klein en veilig te houden binnen wat je kent.
Alleen… veiligheid en groei liggen zelden op dezelfde plek.

Je hoeft die gedachten niet weg te duwen, die bezwaren om wel of niet te veranderen. Je hoeft ze ook niet te geloven.
Je mag ze zien voor wat ze zijn: oude verhalen. Oude beslissingen. Oude identiteiten.
Je mag opnieuw voelen. En vragen.
Niet: Dat kan niet. Maar: Wil ik dit?
Niet: Dat mislukt toch. Maar: Wat als ik mezelf blijf negeren?
Want dit is wat vaak gebeurt:
Mensen blijven niet waar ze zijn omdat ze het willen.
Maar omdat ze ooit gekozen hebben.
Omdat ze geïnvesteerd hebben.
Omdat het logisch is.
Omdat het veilig voelt.
Tot ze jaren later denken: Was dit het nou?
Veel mensen schuiven dat gevoel jarenlang vooruit. Tot later. Ooit. Als het rustiger is.
Soms… pas op hun sterfbed.
Dat ze denken: Wat heb ik veel tijd besteed aan dingen die er niet toe deden. Wat heb ik veel uitgesteld. Wat heb ik weinig geleefd naar wat echt belangrijk was.
Je hoeft alleen eerlijk te zijn.
Wat wil jij, onder alle bezwaren, nu echt?




Opmerkingen